F0 = koplampen
F1 = sluitlichten erbij
Met F0 branden de koplampen, wisselend met de rijrichting. De sluitlichten branden alleen als ook F1 aan staat. Blauw is altijd de gezamenlijke plus (niet schakelbaar), wit is de min bij vooruit rijden, geel is de min bij achteruit rijden.

De truc is hier dat blauw voor de sluitlichten alleen plus is als ook groen (F1) aan staat. Die plus is nu dus wel schakelbaar en wordt geschakeld door de transistor.

De hardroze lijnen aan de koperzijde geven de onderbrekingen aan in de banen. De brede lijnen aan de componentzijde zijn draadbruggen, de smalle lijnen geven de route van de stroompjes via de printbanen aan. Let op de onderbreking naast de rode en de grijze aansluiting!
Je kunt de helderheid van de koplampen en de sluitlichten onafhankelijk van elkaar bepalen door de juiste weerstanden te kiezen. Witte LEDs werken op ca. 3V, rode LEDs op ca. 2V, dus dan kies je voor de rode LEDs een weerstand met een hogere waarde.

Hiervoor heb je nodig:
- printplaat van 6 banen en 10 gaatjes
- 3 diodes 1N4148
- 1 weerstand 4k7
- 1 weerstand voor de koplampen (470 Ohm, 1k of 2k2, afhankelijk van de LEDs)
- 1 weerstand voor de sluitlichten (470 Ohm, 1k of 2k2, afhankelijk van de LEDs)
- 1 transistor BC 557B
- connector 2×4 gaatjes
- connector 1×4 gaatjes (tenzij je de draden rechtstreeks op de print soldeert)



